BESTEMMINGEN

Abu Dhabi (2)
Argentinië (2)
Aruba (1)
Australië (7)
Bahama's (1)
Bali (3)
Barbados (1)
Bolivia (1)
Bonaire (2)
Botswana (2)
Cambodja (1)
Canada (9)
Chili (3)
China (1)
Colombia (1)
Costa Rica (3)
Cuba (5)
Dubai (1)
Ecuador (1)
Florida (4)
Hawaii (1)
India (1)
Indonesië (3)
Japan (2)
Malediven (2)
Maleisië (2)
Namibië (3)
Nieuw-Zeeland (4)
Oman (1)
Peru (3)
Rwanda (2)
Seychellen (1)
Sri Lanka (3)
St. Lucia (1)
Suriname (2)
Taiwan (1)
Tanzania & Zanzibar (1)
Thailand (2)
USA (8)
Vietnam (1)
Zuid-Afrika (3)
Een review uit Chili

Bolivia en Chili, inclusief Paaseiland

Ruud van der Heijden over een reis in Chili op 4 januari 2016

Via Santiago naar Bolivia

De eerste dagen van onze reis bestaan vooral uit vliegen. Van Brussel via Madrid naar Santiago de Chile, de volgende dag via Iquique naar Santa Cruz (Bolivia) en weer een dag later naar Sucre. Op de dag van aankomst in Santiago hebben we nog wel de tijd om een stadswandeling te maken, langs o.a. de Mercado Central waar we ook lunchen, het Plaza Mayor en de San Francisco kerk.

De vlucht van Santa Cruz naar Sucre heeft een flinke vertraging. We zouden om 9.30 uur vertrekken, maar vanwege slecht weer in Sucre wordt dit uitgesteld. Daarop besluiten we dan nog maar even terug te gaan naar de stad, en daar wat te eten. Het is ruim een half uur rijden, waardoor we nog ongeveer anderhalf uur hebben om iets van het centrale plein van Santa Cruz te zien, en een hapje te eten. Inmiddels hebben we de bevestiging gekregen dat we om 16.15 uur gaan vliegen, dus we spoeden ons weer terug naar het vliegveld. Bij aankomst in Sucre zien we ook wel dat dit een vliegveld is waar je niet met slecht weer wilt landen. Het is niet groot, en ligt tussen de bergen, dus we draaien heel wat bochtjes voor we veilig op de grond staan. Daarna zitten we snel in het centrum waar we een hotel vlak bij het centrale plein hebben. ’s Avonds drinken we een biertje op het feit dat we voorlopig even geen vluchten meer hebben en geen vliegvelden meer hoeven te zien.

Sucre

Het heeft in de nacht flink geregend en ook ’s morgens is het nog flink bewolkt. Toch rijden we naar een hoogte van 3600 meter om te gaan wandelen over een stuk Inca trail. Als we aan de tocht beginnen is het nog steeds heel mistig, maar naarmate we wat verder naar beneden lopen klaart het steeds meer op en wordt het heerlijk zonnig weer. Het pad daalt voornamelijk, dus dat is niet al te vermoeiend.

De dag daarna bezoeken we de zondagsmarkt van Tarabuco. Er wordt veel kleding verkocht, maar ook levensmiddelen, speelgoed en dergelijke. De Boliviaanse bevolking houdt er duidelijk niet van om op de foto te gaan. Als je het netjes vraagt is het antwoord bijna altijd ‘nee’, en als je het van een afstandje doet moet je het heel stiekem doen, want zodra ze door hebben dat je een foto maakt, loop je het risico van alles (letterlijk) naar je hoofd geslingerd te krijgen. Na de wandeling over de markt lunchen we in Tarabuco, en rijden we terug naar Sucre. We stappen uit bij Recoleta, een uitzichtpunt over de stad met een mooi kerkje. Dan nemen we de taxi naar de begraafplaats. Hier worden de mensen in grote muren van een paar meter hoog bijgezet, in prachtige graven. Het is er nu heel druk, omdat het de gewoonte is dat mensen op zondag met de hele familie naar de begraafplaats toe komen.

Potosí

Aan het eind van de ochtend vertrekken we richting Potosí. We gaan nu naar 4000 meter hoogte, dus dat merken we goed bij alles wat we doen. Op de markt hebben we wat coca-bladeren gekocht om op te kauwen, dat schijnt te helpen tegen hoogteziekte. In Potosí komen we op 9 november aan. De dag erna is een feestdag vanwege het zoveel jarig bestaan van de stad. Bij aankomst zien we dat er al voorbereidingen worden getroffen voor een optocht die vanavond gehouden gaat worden voor die reden. Zodra we de koffers in het hotel hebben gedropt lopen we naar de straat waar we de voorbereidingen hebben gezien. Er staan grote groepen militairen in het gelid, en om de hoek wachten versierde auto’s, een met strikjes en lintjes versierde lama, mijnwerkers en nog allerlei groepen mensen. We proberen uit te vissen wat er gaat gebeuren en begrijpen dat de optocht om 18.00 uur gaat beginnen. We stellen ons strategisch op langs de route, en wachten af wat er gaat komen. Langzaamaan loopt de hele straat vol met mensen; groepen mijnwerkers, iets wat op vakbonds-afgevaardigden lijkt, een groep politiemannen met hun muziekkorps, alles begint zich voor onze neus op te stellen. Maar het gaat allemaal nogal chaotisch en het wordt alsmaar drukker en drukker. Wij doen ons best om ons plekje op de stoep vast te houden, de straat staat inmiddels vol met alle deelnemers aan de optocht, en ondertussen lopen er nog massa’s mensen heen en weer. Het wordt steeds meer geduw en gedrang, en als er na 19.00 uur nog geen beweging in lijkt te komen, wurmen wij ons ook maar door de mensenmassa de straat uit. We lopen terug naar het hotel en gaan dan op zoek naar een restaurantje.

Op de feestdag zelf (10 november) heeft het niet zo veel zin om de excursie naar de mijnen te doen, waarvoor we deze plaats met name bezoeken. Alle mijnwerkers zijn namelijk aan het feesten. Die excursie doen we daarom maar een dagje later. Als alternatief maken we een stadstour langs het Plaza de 10 Noviembre (die naam is dus geen toeval), en daarna de heksenmarkt. Dit zijn een aantal kraampjes waar de lokale geneesheren hun middeltjes kopen. Waarbij je moet denken aan lama-foetussen en dergelijke… Die liggen dus zo open en bloot te koop. We sluiten af bij de begraafplaats, vergelijkbaar met die in Sucre, maar hier in Potosí is uiteraard veel plaats ingeruimd voor overleden mijnwerkers. In de middag gaan we naar Tarapaya, een warmwater-meertje waar we heerlijk even kunnen zwemmen. Als we terug zijn in de stad barst er een enorme onweersbui los, waardoor de stroom in het hotel uitvalt.

De volgende dag dus de excursie naar de mijnen, onder begeleiding van een oud-mijnwerker. We gaan eerst naar de mijnwerkersmarkt, waar de mijnwerkers hun gereedschap, cocabladeren, alcohol en dynamiet kopen. De mijnwerkers werken meestal 5 à 6 dagen per week, en op hun vrije dagen drinken ze zich helemaal in coma met pure alcohol van 96%. Na de markt rijden we naar de fabriek waar het zilver en zink uit de mijnen wordt verwerkt. Daar lopen we gewoon tussen de draaiende machines en chemicaliën door. Dan krijgen we een mijnwerkerspak, laarzen en helm aangemeten en gaan we naar de mijn. De gids vertelt daar nog het één en ander over het werk in de mijnen, en dan mogen we naar binnen. Op zich valt de benauwdheid me mee. Op sommige plekken moet je wel gebukt lopen, maar op de meeste plekken kan je gewoon rechtop staan en is het allemaal nog vrij ruim. ’s Middags rijden we naar Uyuni. Een lange rit door de bergen, waar bijna geen sterveling woont. Onderweg zien we lama’s en vicuñas.

Uyuni

We maken een jeepsafari over de zoutvlakte van Uyuni. Eerst stoppen we bij de ‘treinenbegraafplaats’, waar een aantal oude stoomlocomotieven staan weg te roesten. Daarna rijden we naar het zout-museumpje in Colchani, waar uitgelegd wordt hoe het zout gewonnen en verwerkt wordt. Dan is het tijd voor het echte werk: met de jeeps de zoutvlakte op. We jakkeren met een gangetje van zo’n 90 à 100 km per uur over de vlakte. Alleen daaraan merk je eigenlijk hoe groot het eigenlijk is. Na een klein uurtje rijden zijn we dus zomaar 100 km de vlakte op gereden. Voor zover je kan kijken zie je alleen maar zout, zout en nog eens zout. Oke, en in de verte aan de horizon een paar bergjes. We stoppen een paar keer voor (trucage-)foto’s, en voor de lunch stoppen we bij een eiland midden in de zoutvlakte: Incahuasi. Hier groeien heel veel cactussen, en bovenop het uitzichtpunt heb je een prachtig 360 graden uitzicht over de vlakte. Op de terugweg stoppen we nog bij het zouthotel, wat helemaal uit zout is opgetrokken (maar niet meer in gebruik is).

Uyuni – San Pedro de Atacama (Chili)

Met een jeep maken we de tocht door het meest zuidwestelijke puntje van Bolivia. Een prachtig ruig natuurgebied waar geen sterveling woont. We zien kale bergen in allerlei kleuren, zoutmeren, en meren die door een combinatie van verschillende mineralen ook allerlei kleuren hebben. In de meeste van die meertjes staan een heleboel flamingo’s. In de ‘Valle de las Rocas’ zien we rotsformaties waarin je met een beetje fantasie van alles in kan ontdekken: van een papagaaienkop tot de moai’s van Paaseiland. De geisers van Sol de la Mañana stomen en pruttelen dat het een lieve lust is. Na de grensovergang met Chili rijden we in één ruk van een hoogte van ruim 4000 meter naar San Pedro de Atacama, op ca. 2500 meter hoogte.

San Pedro de Atacama

Vanuit het dorp lopen we naar het fort Pukara de Quitor. De hele weg loopt er een hond met ons mee, die we onderweg Quitor noemen. En daar luistert hij nog naar ook. Het fort bestaat uit een hoop ommuringen. Achter het fort loopt een pad omhoog naar een uitzichtpunt. Het is kraakhelder weer, en we kunnen heel veel vulkanen en Andes-bergtoppen zien, een prachtig gezicht. ’s Middags maken we een excursie naar de maanvallei. We stoppen eerst bij de cañon, daarna bij de ‘drie Maria’s’, en vervolgens wandelen we een stukje door de vallei heen. Aan het eind van de middag rijden we naar een uitzichtpunt, waar we onder het genot van een glas Pisco Sour de zonsondergang kunnen zien. Daarbij zijn we uiteraard niet de enige toeristen, maar het is wel mooi om de kleuren op de omliggende bergen te zie veranderen.

De volgende dag maken we een excursie die begint bij 2 dorpjes (Toconoa en Socaire). In het laatste dorpje bezoeken we een schooltje. We hadden in Potosí al pennen en schriftjes gekocht, maar tot nu toe waren alle schooltjes waar we langs reden steeds net gesloten. Bij dit schooltje kunnen we ze wel kwijt, en in ruil daarvoor mogen we de oefening van een dansje door de kinderen bekijken. Daarna rijden we door naar de hoogvlakte op ca. 4200 meter, waar 2 meertjes liggen: Laguna Miscanti en Miñiques. Beide zijn mooie bergmeertjes met mineralen, tegen een mooie achtergrond van vulkanen. Na een kort wandelingetje rijden we terug naar de zoutvlakte van de Atacama, waar we het Laguna de Chaxa bezoeken, een meer middenin de zoutvlakte, waar we weer flamingo’s zien, maar deze keer van nog dichterbij dan bij eerdere gelegenheden.

Op onze laatste dag in San Pedro gaat om 04:00 uur de wekker, zodat we om 05:00 uur kunnen vertrekken naar de Tatio geisers. In het donker rijden we naar El Tatio. Het is een lange stroom van busjes die dezelfde kant op rijden. We zijn wat te laat vertrokken, maar onze chauffeur heeft er lekker de gang in en haalt bijna alle andere busjes onderweg in, zodat we als één van de eersten bij de geisers aankomen. De zon is aan het opkomen, maar zo lang die nog achter de bergen schuil gaat is het behoorlijk koud; de geisers liggen op 4300 meter hoogte en het is ongeveer -10 °C. Het is en prachtig gezicht om de eerste stoomwolken verlicht te zien worden door de zon. Onze gids vertelt iets over het gebied, en daarna kunnen we vrij rondlopen en foto’s maken. En dat zijn er aardig wat geworden… Aan het eind krijgen we een lekker ontbijtje, en rijden we nog een stukje verder naar een warmwaterbron. Daar kan gezwommen (nou ja, meer gebadderd) worden, en er zijn nog een paar andere geisers. Via een uitzichtpunt rijden we weer terug naar San Pedro.

Paaseiland

Via Santiago reizen we naar Paaseiland. De vlucht naar Paaseiland duurt ca. 5 uur. Doordat er 2 uur tijdsverschil is winnen we daar nog wat van terug. Tegen 14.30 komen we aan; de landingsbaan is uitzonderlijk lang, omdat deze mede is aangelegd als uitwijkmogelijkheid voor de Amerikaanse spaceshuttles. Officieel hoort Paaseiland (Rapa Nui) bij Chili, maar zodra je geland bent voelt het veel meer als één van de Polynesische eilanden. Zo worden we verwelkomd met een bloemenkrans. Na aankomst in het hotel lopen we een stukje langs de kust naar de beelden van Tahai, die vlak bij het stadje Hanga Roa staan.

We maken de volgende dag een excursie over het eiland. We stoppen bij Rano Raraku. Dit is de plek waar alle moai’s uit de vulkaan gehakt werden, en bewerkt werden voordat ze naar hun uiteindelijke plaats getransporteerd werden. Dat is erg interessant om te zien. De moai’s werden altijd liggend uitgehakt, dan rechtop gezet om de achterkant te bewerken, vervolgens verticaal de berg af getransporteerd, en daarna horizontaal richting hun bestemming. De beelden werden uiteindelijk alleen aan de kust neergezet met hun gezicht naar het land gericht. Vlakbij de vulkaan is Ahu Tongariki, een mooi gerestaureerde site met een stuk of 10 moai’s op een rij.

Bij het dorpje Orongo ligt Rano Kau, één van de vulkaankraters op het eiland. Hier is veel te zien van de Birdman-cultuur, die ontstond na de periode van de moai’s. In een ceremoniële grot bij de zee, Ana Kai Tangata, zien we een grotschildering. Bij Ahu Akivi staat een rij moai’s die als uitzondering met het gezicht naar zee staan. Volgens de theorie zijn dit de ‘verkenners’ die vanuit Polynesië als eersten op het eiland kwamen. Ana Te Pahau, de volgende stop, is de plek waar de top knots (het haar van de beelden) uitgehakt werden. We rijden terug naar Hanga Roa via Ahu Tahira, een site die heel veel weg heeft van de muren die de Inca’s bouwden.

Het inchecken voor de terugreis gaat zoals je op zo’n klein vliegveld zou verwachten: bagage door de scanner, een mannetje die je een beetje globaal aankijkt of je wat te verbergen hebt. Een bagageband achter de check-in is er niet, de bagage wordt met de hand op een kar geladen. En het wachten voor het boarden doe je gewoon lekker buiten in het zonnetje. Laat in de avond landen we in Santiago.

Valparaíso

Voordat we ’s avonds terugvliegen maken we nog een uitstapje naar Valparaíso. Een havenstad met een beetje een rauw karakter. Het ligt tegen een flink aantal heuvels op gebouwd, en om die te bereiken pakken we een aantal liftjes, waarvan sommige al sinds ca. 1890 functioneren. De stad staat bekend om de vele muurschilderingen, die het een heel kleurrijk geheel maken. We bezoeken het huis van de dichter Pablo Neruda, waar vandaan we een mooi uitzicht hebben. Na de rit terug naar Santiago zit het erop en stappen we op het vliegtuig terug naar huis.

         

Waarom kiezen voor NBBS Reizen

Verre reizen op maat. Flexibel en individueel. Sinds 1927
Uitgebreid reisadvies van een vaste contactpersoon die gespecialiseerd is in uw vakantiebestemming
Gespecialiseerd in reizen naar Amerika, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Azië, Afrika, Midden- & Zuid-Amerika, Caribbean
De reizen op deze website kunt u uitbreiden met extra nachten of bouwstenen. U kunt ook een offerte aanvragen voor een reis die u zelf heeft bedacht.